Lichtmeting

De camera heeft vier methoden om het licht te meten.

  1. Matrixmeting of meervlaksmeting
  2. Centrumgerichte meting (Deze zit niet op alle camera's)
  3. gedeeltelijke meting
  4. spotmeting

Alle vier de meting zijn weer net even anders en gebruik je dus op verschillende momenten.

 

 

De matrixmeting is de meest gebruikte instelling. De camera staat standaard ook op deze meting.

De camera meet divers gebieden in je foto en neemt hier een gemiddelde van.

Matrixmeting is in de meeste gevallen een goede keuze mits er geen al te grote lichtverschillen in je compositie zijn.

De matrixmeting gebruik je onder andere bij:

  • Portretten zonder moeilijke omstandieden
  • opnames met gelijkmatig licht

De centrumgerichte meting meet het licht van het hele beeld maar het centrum weegt hier het zwaarste in mee.

Dit gerbuik je bij foto's met een duidelijk onderwerp of bij een omgeving met veel verschil in contrast en/of helderheid.

 

De deelmeting berekent het licht in het midden van je kader. De rest van de foto wordt hier niet meegenomen.

Gebruik dit bij tegenlicht opnamens of foto's met veel contrast en een klein onderwerp op de voorgrond.

 

Spotmeting is de meest nauwkeurige meeting. hier wordt alleen het gebied in je spotmetingkader gemeten en de rest van de foto wordt niet gemeten. Bij goed gebruik krijg je hier de meest perfecte belichting.

Deze meting gebruik je dus als je heel precies het licht op je onderwerp wil meten.